
| Nieuws |
|
|
1. Lager btw-tarief Voor renovatie en herstel van een woning die minimaal twee jaar oud is, geldt tussen 1 oktober 2010 en 1 juli 2011 een verlaagd btw-tarief van 6% (in plaats van 19%). Dit lage btw-tarief is van toepassing op arbeidsloon, niet op materialen. Om ervoor te zorgen dat consumenten optimaal profiteren van het lage btw-tarief gaan de brancheorganisaties Bouwend Nederland, MKB-Nederland en VNO-NCW zich ervoor inzetten dat hun leden het voordeel doorberekenen aan de klant. Voorbeeld: Uw badkamer en keuken zijn aan een verbouwing toe. In 2009 heeft u een offerte laten maken. Totale kosten inclusief 19% btw: € 20.000, waarvan € 12.000 arbeidsloon. Dat vond u destijds te duur en de verbouwing is uitgesteld. Inmiddels zou dezelfde klus met het verlaagde btw-tarief voor arbeidsloon uitkomen op € 18.690. Dat scheelt ruim € 1.300. 2. Overdrachtsbelasting Voor woningen die in 2011 worden gekocht en die binnen twaalf maanden een tweede keer van eigenaar wisselen, is bij de tweede aankoop alleen overdrachtsbelasting verschuldigd over de eventuele winst. Dit is een tijdelijke uitbreiding van de termijn, want in de reguliere regelgeving geldt de vrijstelling alleen als een woning twee keer wordt verkocht in een tijdsbestek van zes maanden. De verruiming vervalt per 2012. Voorbeeld: In juli 2011 koopt u voor € 250.000 een huis, maar uw huidige woning is nog niet verkocht. Na verloop van tijd wordt de dubbele hypotheek een te zware last. Noodgedwongen beslist u om ook het nieuwe huis in de verkoop te zetten. Die woning is voor een koper extra aantrekkelijk omdat er tot juli 2012 alleen overdrachtsbelasting verschuldigd is over de meerwaarde. Dat scheelt € 15.000. 3. Verlenging regeling dubbele lasten Verhuizing kan ertoe leiden dat tijdelijk sprake is van dubbele hypotheeklasten. Dit kan zijn wanneer – na verhuizing naar de nieuwe woning – de oude woning nog te koop staat of als men nog in de oude woning woont terwijl de nieuwe woning in aanbouw is of om een andere reden nog niet is betrokken. In die situaties heeft men een periode recht op aftrek van de hypotheekrente van beide woningen. Deze periode wordt tijdelijk verlengd van twee naar drie jaar. De regeling is bedoeld voor mensen die sinds 2008 of 2009 te maken hebben met dubbele hypotheeklasten. Na 2012 wordt de maximale termijn weer twee jaar. Voorbeeld: U hebt in 2008 een nieuw huis gekocht, maar uw oude woning staat nog steeds te koop. Op basis van de oude regels zou het recht op dubbele hypotheekrenteaftrek eind 2010 aflopen. Met deze wijziging heeft u ook in 2011 recht op dubbele aftrek. Voor mensen die sinds 2009 te maken hebben met dubbele hypotheeklasten omdat ze het oude huis niet kunnen verkopen, loopt het recht op dubbele renteaftrek door tot eind 2012. 4. Hypotheekrenteaftrek na verhuur De regeling waarbij mensen na een periode van verhuur van de voormalige eigen woning weer recht hebben op hypotheekrenteaftrek wordt met één jaar verlengd en loopt nu tot eind 2012. Voorbeeld: Uw voormalige eigen woning staat per februari 2011 leeg en is bestemd voor verkoop. De woning wordt tussen juli 2011 en juli 2012 verhuurd. De verlenging van de tijdelijke verhuurmaatregel zorgt ervoor dat u in 2012 na de verhuurperiode opnieuw in aanmerking komt voor hypotheekrenteaftrek. Na 2013 bestaat er geen recht op renteaftrek, omdat de termijn van 2 jaar dan is verstreken 5. Minder hypotheekkrediet voor tweeverdieners met laag inkomen Bij tweeverdieners met een gezamenlijk inkomen van € 35.000 per jaar daalt het leenbedrag per 1 januari 2011 van € 160.000 naar € 129.000. Bij eenverdieners met een inkomen van € 35.000 daalt het maximale leenbedrag van € 167.000 naar € 160.000. Dat stelt de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen, dat de Nationale Hypotheekgarantie uitvoert. De verlaging komt door de strengere eisen voor een- en tweeverdieners die een hypotheek met NHG afsluiten. Volgens de stichting worden vooral de huishoudens getroffen met twee kleine inkomens, waarvan het hoogste inkomen lager is dan € 24.000 en de partners samen goed zijn voor circa € 35.000. Nibud Het Nibud stelt dat koppels straks niet meer hun inkomens mogen optellen bij het afsluiten van een hypotheek. De woonlasten worden bepaald naar de draagkracht van de meestverdienende. Ook berekende het instituut voor budgetvoorlichting dat huishoudens in 2011 minder kunnen besteden aan wonen, omdat andere vaste lasten zoals de zorgverzekering duurder worden. Dit heeft met name gevolgen voor de lage inkomens. Modale en hogere inkomens kunnen straks 'slechts' 5% minder lenen. Ook de gewijzigde belastingtarieven per 2011 pakken ongunstig uit voor de lage inkomens. 6. Nieuwe inkomenseis voor sociale huurwoningen De Europese Commissie heeft nieuwe regels opgelegd aan woningcorporaties. Een nieuwe regel is dat woningcorporaties minimaal 90% van hun sociale huurwoningen moeten toewijzen aan mensen die minder dan € 33.614 per jaar verdienen. Deze regelgeving gaat in vanaf 1 januari 2011. Wat betekent dit voor woningzoekenden? Heeft de woningzoekende een verzamelinkomen dat lager is dan € 33.614 per jaar? Dan verandert er niets. Als bij de woningtoewijzing blijkt dat het verzamelinkomen hoger is dan € 33.614, heeft de corporatie het recht de woningtoewijzing in te trekken. Om welke huurwoningen gaat het? Het gaat om alle huurwoningen met een huurprijs tot € 652,52. Dit zijn de huurwoningen die waarop in principe huurtoeslag verkrijgbaar is. 7. Hypotheekaftrek voor vertrekkende partner Vanaf 1 januari 2011 vervalt het fiscaal partnerschap voor gehuwden wanneer ze een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank hebben ingediend en niet meer op hetzelfde adres wonen. Staatssecretaris Frans Weekers herstelt een weeffout in het nieuwe fiscale partnerschap per 1 januari 2011 rond de hypotheekrenteaftrek voor mensen die scheiden. Vanaf 1 januari 2011 vervalt het fiscaal partnerschap voor gehuwden wanneer ze een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank hebben ingediend en niet meer op hetzelfde adres wonen. De fout zorgde ervoor dat de vertrekkende partner zijn recht op hypotheekrenteaftrek verliest gedurende de periode dat de scheiding nog niet officieel door de rechter is uitgesproken. De hypotheekrenteaftrek heeft immers uitsluitend betrekking op de hoofdwoning, waar de blijvende partner (met kinderen) woont. Mensen die eerst de zorgen rond verhuizing en kinderen regelden en daarna pas officieel het huwelijk of partnerschap ontbonden, zouden daardoor gedupeerd kunnen raken. Voor Weekers is dat onbedoeld en onwenselijk. Eenmaal aangepast is het zo dat het recht op hypotheekrenteaftrek gedurende twee jaar ook voor de vertrekker geldt, zodra er sprake is van duurzaam gescheiden leven. 8. EPC nieuwbouw woningen naar 0,6 per 1 januari De EPC-aanscherping voor nieuwbouw woningen per 1 januari 2011 gaat door zoals vastgelegd in het Lente-akkoord. Op 28 oktober is de aanscherping in het Staatsblad gepubliceerd. De Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) voor nieuwbouwwoningen gaat van 0,8 naar 0,6. Deze aanscherping is onderdeel van de afspraken die in 2008 in het kader van het Lente-akkoord zijn gemaakt. Hoewel de bouw het momenteel zwaar heeft, laten de branche-organisaties van de bouw- en ontwikkelingsbedrijven weten dat hun leden de noodzaak van het terugdringen van het energiegebruik blijven onderschrijven en de afspraken uit het Lente-akkoord na blijven komen. Veel bouw- en ontwikkelingsbedrijven hebben zich sinds het afsluiten van het Lente-akkoord voorbereid op het lange termijn perspectief van zeer energiezuinige gebouwen en werken aan bouwplannen die voldoen aan de nieuwe eisen. De nieuwe berekeningsmethodiek energieprestatie norm gebouwen (EPG) is wèl vertraagd en zal niet per 1 januari 2011 in werking treden. Dit houdt in dat de aangescherpte EPC voorlopig met de oude berekeningsmethodiek zal moeten worden berekend. Verwarring hierover zorgt momenteel voor veel onrust in de bouwwereld. Energielabel nieuwbouwwoningen Op 1 november heeft de directeur-generaal van WWI een overleg gehad met de vier branche-organisaties van het Lente-akkoord. Tijdens het gesprek zijn vervolgafspraken gemaakt over de invoering van de EPG. Ook wordt, op verzoek van de marktpartijen, onderzocht of het energielabel voor nieuwbouwwoningen versneld kan worden ingevoerd zonder de lasten voor het bedrijfsleven verder te verhogen. Dit energielabel kan de verkoop van nieuwbouwwoningen bevorderen, omdat het inzichtelijk maakt dat nieuwbouwwoningen fors energiezuiniger zijn dan bestaande woningen. Een nieuwbouwwoning met een gecontroleerde EPC van 0,6 krijgt dan een A++ -label. 9. Wijzigingen btw-wetgeving privégebruik onroerende zaken per 1 januari De btw-wetgeving voor panden die zowel privé als zakelijk worden gebruikt wijzigt per 1 januari 2011. Hierbij kan worden gedacht aan een vakantiewoning die wordt verhuurd aan derden en daarnaast wordt gebruikt voor privédoeleinden of een eigen woning met een werkruimte ten behoeve van een eenmanszaak. ‘Indien vorig jaar werd geïnvesteerd in een dergelijk pand dat nog in aanbouw is dan kan de gunstige regeling nog worden toegepast indien de eerste termijnnota dit jaar wordt betaald. Rentevoordeel Onder de vorige wetgeving kunnen ondernemers/natuurlijke personen de voorbelasting op de aanschafkosten van een pand dat zij gedeeltelijk zakelijk en gedeeltelijk privé gebruiken volledig in aftrek brengen. Daartegenover stond dat gedurende tien jaren nadat het pand in gebruik is genomen aan het eind van ieder jaar btw moest worden afgedragen over het privégebruik van het pand. Op deze manier werd een financierings-/rentevoordeel behaald. Nieuwe wetgeving Ingevolge de nieuwe wetgeving is het per 1 januari 2011 niet langer mogelijk om de voorbelasting bij ingebruikneming van het pand volledig in aftrek te brengen. Vanaf genoemde datum is de voorbelasting slechts aftrekbaar voor het gedeelte dat het pand zakelijk wordt gebruikt. Eventuele schommelingen in het zakelijke gebruik worden in de tien jaren na de eerste ingebruikneming van het pand conform de herzieningssystematiek gecorrigeerd. Dit betekent dat het financierings-/rentevoordeel verdwijnt. Voor panden die voor 1 januari 2011 in gebruik zijn genomen, blijven de huidige regels van toepassing. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Financiën bekend gemaakt dat de huidige regelgeving ook van toepassing blijft voor nog in aanbouw zijnde onroerende zaken die worden opgeleverd na 1 januari 2011 en waarvoor vóór 1 januari 2011 reeds één of meer betalingen zijn gedaan op termijnnota’s en waarbij is gekozen om het pand als bedrijfsvermogen aan te merken. 10. Monumenteigenaar kan eenvoudiger subsidie aanvragen Eigenaren van rijksmonumenten kunnen vanaf 15 januari 2011 eenvoudiger een instandhoudingssubsidie aanvragen. Dat kan via het vernieuwde Brim, het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011, dat per 1 januari in werking treedt. In totaal is er in 2011 een bedrag van 58 miljoen euro beschikbaar voor subsidieaanvragen die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in volgorde van binnenkomst behandelt. In het Brim 2011 zijn het aanvraagformulier en de kostendeclaratie vereenvoudigd. Aanvragers hoeven geen financieel dekkingsplan meer in te dienen. Wie dat liever wil, kan ook een laagrentende lening van Nationaal Restauratiefonds krijgen in plaats van subsidie. Onderhoud en restauratie De regeling voor instandhouding van monumenten, die al sinds 2006 bestaat, combineert onderhoud en restauratie. De regeling is bedoeld om rijksbeschermde monumenten na restauratie goed te kunnen onderhouden en restauraties zo lang mogelijk te voorkomen. Afhankelijk van de monumentcategorie komen eigenaren in aanmerking voor een laagrentende lening of een subsidie op basis van een zesjarig instandhoudingsplan. Indieningsdatum vervroegd Met ingang van 2011 is de datum voor het indienen van een subsidieaanvraag vervroegd van 1 april naar 15 januari. Gelet op het aantal subsidieaanvragen dat dit jaar niet gehonoreerd kon worden en het beschikbare budget voor het komend jaar, zal het budget in 2011 naar verwachting snel zijn toegekend. Het is daarom raadzaam een subsidieaanvraag zo snel mogelijk in te dienen. Aanvragen voor een laagrentende lening kunnen het hele jaar door bij het Restauratiefonds worden ingediend. Meer gemak voor eigenaren In de vernieuwde regeling staat de eigenaar centraal. De eigenaar kan zijn aanvraag met het plan voor instandhouding eenvoudiger indienen op basis van een zelfstandig onderdeel. Voorheen moest dit op monumentnummer en werd dit bepaald door de registratie van het monument. Ook hebben eigenaren die op grond van het Brim 2011 in aanmerking komen voor subsidie de mogelijkheid te kiezen voor een lening in plaats van subsidie. Subsidie voor archeologische monumenten Voor het eerst komen nu ook archeologische rijksmonumenten, zoals prehistorische grafheuvels of hunebedden, in aanmerking voor subsidie. Minder categorieën en hogere subsidiepercentages De monumentcategorieën zijn vereenvoudigd en teruggebracht tot drie categorieën: woonhuizen, kerkgebouwen en overige monumenten. Eigenaren van kerkgebouwen krijgen maximaal 65% van de subsidiabele kosten voor instandhouding gesubsidieerd, eigenaren van overige monumenten 60%. Of een eigenaar al dan niet de mogelijkheid voor fiscale aftrek heeft, is niet meer van invloed op de subsidiepercentages. Eenvoudige toets Ter ondersteuning van de monumenteigenaar heeft de Rijksdienst een eenvoudige toets ontwikkeld, waarmee een eigenaar kan achterhalen of hij een aanvraag kan indienen op grond van de instandhoudingsregeling. Alle informatie over het Brim 2011 is te vinden op www.monumenten.nl/brim. EPA-EnergielabelVanaf 1 januari 2008 moeten eigenaren van woningen die gebouwd zijn voor 1998 bij verkoop of verhuur van hun huis een energielabel overhandigen aan koper of huurder. Het energielabel geeft inzicht in de energiezuinigheid van de woning. Het zegt iets over de mate van isolatie van de vloer, de muren, ramen en het dak en hoe zuinig de installaties voor verwarming, warm water en ventilatie zijn. Het energielabel is bedoeld om mensen te stimuleren energiebesparende maatregelen te nemen voor hun woning. Want hoe energiezuiniger de woning, hoe lager de energierekening kan uitvallen. Bovendien hebben sommige huizenkopers meer geld over voor een een energiezuinige woning. Daarnaast is het comfortabeler en gezonder wonen in een energiezuinige woning. Uiteraard mits u daarbij een goede ventilatie niet uit het oog verliest. Ook levert een energiezuinige woning een positieve bijdrage aan het milieu. Het energielabel voor woningen is te vergelijken met het energielabel voor autos en wit goed en ziet er vrijwel hetzelfde uit. Het aantal klasses loopt van A t/m G, A staat voor energiezuinig (groen) en G voor onzuinig (rood). Energielabels worden afgegeven door gecertificeerde adviseurs. Op de site van het ministerie van VROM vindt u alle informatie over het energielabel. De kosten voor een energielabel variëren per aanbieder vanaf circa € 150,-- (kleine woning) tot circa € 250,-- (grote woning) exclusief BTW.
|